Shapefile herprojecteren

Deze tool zet een shapefile om naar een ander coördinatenstelsel, bijvoorbeeld van UTM naar lengte- en breedtegraad in WGS84 of naar een nationaal stelsel, door elke coördinaat om te rekenen en een nieuw .prj-bestand te schrijven. U vult het doelstelsel in als EPSG-code. De shapefile wordt in uw browser verwerkt en niet geüpload. Attributen blijven behouden, tekst wordt als UTF-8 met een .cpg-bestand opgeslagen, en datumtransformaties die een gridbestand nodig hebben, kunnen een paar meter afwijken.

Is een bestand niet goed omgezet? Mail naar [email protected], liefst met een klein voorbeeldbestand, dan wordt het opgelost.

In het kort

Waarom een shapefile herprojecteren

Gegevens van een landmeter, een gemeente of een collega staan vaak in een coördinatenstelsel dat niet bij uw project past: een UTM-zone terwijl de webkaart WGS84 nodig heeft, een oud nationaal stelsel terwijl uw andere lagen ETRS89 gebruiken, of Web Mercator uit een online export. Het CRS van het project instellen in QGIS verandert alleen hoe lagen worden getekend; wilt u een bestand in het juiste stelsel doorgeven, dan moeten de coördinaten zelf worden omgerekend. Deze pagina doet dat in uw browser met GDAL en PROJ, de bibliotheken die QGIS gebruikt: ze leest de .prj, rekent elk hoekpunt om naar het stelsel dat u kiest en schrijft een shapefile met een nieuwe .prj. Heeft de shapefile geen .prj, dan vult u eerst het bronstelsel in. Het kaartvoorbeeld laat zien of de gegevens op de juiste plek terechtkomen.

Zo herprojecteert u een shapefile online

  1. Sleep de shapefile als .zip naar het vak, of selecteer de bestanden .shp, .shx, .dbf en .prj tegelijk.
  2. Vul het doelstelsel in als EPSG-code, of kies er een uit de lijst.
  3. Klik op “Shapefile herprojecteren” en download de zip met de nieuwe shapefile.

Goed om te weten over herprojecteren

Herprojecteren is iets anders dan een stelsel toekennen

Herprojecteren verandert elke coördinaat, bijvoorbeeld van 556000, 6324000 in UTM-zone 32N naar 9.92, 57.06 in graden, en schrijft een bijpassende .prj. Een stelsel toekennen vervangt alleen de .prj en laat de getallen ongemoeid; dat is alleen juist als de .prj ontbrak of fout was. Belanden uw gegevens in het verkeerde land of in zee voor de kust van Afrika, dan klopt meestal het bronstelsel niet, niet het doelstelsel.

Een ontbrekende .prj

Zonder .prj vermeldt een shapefile niet in welk stelsel de getallen staan, en kan er niets worden omgerekend totdat u dat opgeeft. De pagina vraagt om de EPSG-code van de bron als de .prj ontbreekt. De grootte van de getallen geeft een aanwijzing: waarden tussen -180 en 180 zijn meestal graden, getallen van zes of zeven cijfers zijn meestal meters in UTM of een nationaal stelsel.

Datumtransformaties en nauwkeurigheid

Tussen stelsels op hetzelfde datum, zoals UTM-zones op ETRS89 of WGS84, is het resultaat tot op de millimeter nauwkeurig. Bij een wisseling van datum, zoals OSGB36 voor het British National Grid, NAD27, DHDN of andere oudere nationale stelsels, is het resultaat het nauwkeurigst met een gridbestand van de nationale karteringsdienst. Die gridbestanden zijn in de browser niet beschikbaar, dus PROJ gebruikt de gepubliceerde gemiddelde parameters, die één tot enkele meters kunnen afwijken. Gebruik voor landmeetkundig werk QGIS of ogr2ogr met het gridbestand geïnstalleerd.

Tekst, veldnamen en bestandsnamen

Alle attributen en veldnamen blijven behouden. Tekst wordt als UTF-8 geschreven met een .cpg-bestand, dat QGIS en ArcGIS correct lezen; een oud programma dat .cpg-bestanden negeert, kan letters zoals ø of é verkeerd tonen. Velden met datum en tijd blijven tekst, omdat een .dbf geen tijd kan opslaan. Elke shapefile houdt zijn naam, en meerdere shapefiles in één zip worden samen geherprojecteerd.

Lijnen worden niet gebogen

Alleen de hoekpunten worden omgerekend; een recht segment tussen twee hoekpunten blijft recht. Over korte afstanden is dat onzichtbaar, maar een lange lijn met weinig hoekpunten, zoals een lijn van een kaartraster of een landsgrens die met twee punten is getekend, kan in het nieuwe stelsel iets naast zijn werkelijke verloop liggen.

Over de bestandsformaten

Shapefile

De Esri-shapefile is het meest gebruikte vectorformaat in GIS. Eén ‘shapefile’ is eigenlijk een set bestanden met dezelfde naam: .shp bevat de geometrie, .shx een index, .dbf de attributentabel, het optionele .prj het coördinatenstelsel en .cpg de tekstcodering.

  • Er zijn minstens .shp, .shx en .dbf nodig. Selecteer ze samen of als één .zip.
  • Veldnamen zijn beperkt tot 10 tekens en tekstwaarden tot 254 tekens.
  • Elke shapefile bevat maar één geometrietype: punten, lijnen of polygonen.
  • Zonder .prj-bestand is het coördinatenstelsel onbekend.

Veelgestelde vragen

Hoe vind ik de EPSG-code die ik nodig heb?

Zoek op epsg.io naar uw land of UTM-zone. Lengte- en breedtegraad in WGS84 is EPSG:4326, Web Mercator is EPSG:3857, en de Europese UTM-zones op ETRS89 zijn EPSG:25828 tot en met EPSG:25838.

Kan ik herprojecteren naar lengte- en breedtegraad in WGS84?

Ja. Vul EPSG:4326 in. De shapefile slaat dan de lengtegraad op als X en de breedtegraad als Y, in graden, zoals QGIS, ArcGIS en webkaarten verwachten.

Wordt mijn shapefile geüpload?

Nee. GDAL en PROJ draaien in uw browser en de nieuwe shapefile wordt op uw eigen computer geschreven.

Kan ik ook een GeoJSON of KML herprojecteren?

GeoJSON en KML staan altijd in lengte- en breedtegraad volgens WGS84. Wilt u ze in een geprojecteerd stelsel hebben, zet ze dan om naar een shapefile met de converter van GeoJSON naar shapefile of van KML naar shapefile, en vul daar het doelstelsel in.

Stapsgewijze handleidingen