DXF naar shapefile (SHP) converteren
Deze converter zet een DXF-tekening uit AutoCAD of een ander CAD-programma om naar shapefiles voor QGIS of ArcGIS: één voor punten, één voor lijnen en één voor polygonen, met de CAD-laag en de tekst als velden. De DXF wordt in uw browser gelezen en niet geüpload. Een DXF heeft geen coördinatenstelsel, dus u vult zelf de EPSG-code in; kleuren, lijntypen en maatvoering gaan niet mee, en DWG-bestanden moeten eerst als DXF worden opgeslagen.
Is een bestand niet goed omgezet? Mail naar [email protected], liefst met een klein voorbeeldbestand, dan wordt het opgelost.
In het kort
- Invoer: DXF (.dxf). Uitvoer: Shapefile (.shp).
- Je bestanden worden niet geüpload: het werk gebeurt in je browser, op je eigen apparaat.
- Bestandsgrootte: geen vaste grens; heel grote bestanden worden beperkt door het geheugen van je apparaat.
- Vereist een recente browser (Chrome, Edge, Firefox of Safari) op computer, tablet of telefoon; niets te installeren.
- Gratis en zonder account.
Wilt u één coördinatenpaar omrekenen naar een ander coördinatenstelsel? Gebruik de coördinatenconverter van GeoDrafter, onze zustersite (Engelstalig).
DXF naar Shapefile: waarom omzetten
Situatietekeningen, inmeetschetsen, bouwtekeningen en kabels-en-leidingentekeningen komen vaak als DXF binnen van een landmeter, architect of ingenieursbureau, terwijl u aan de GIS-kant shapefiles nodig hebt. Deze converter leest de DXF met GDAL, de bibliotheek die ook QGIS gebruikt, en schrijft maximaal drie shapefiles, omdat een shapefile maar één geometrietype kan bevatten: punten (meetpunten en de positie van teksten), lijnen en polygonen. Gesloten polylijnen en cirkels, zoals gebouwcontouren en percelen, worden polygonen met een oppervlakte, en arceringen (hatches) worden ook polygonen. Elk object houdt de naam van zijn CAD-laag, het entiteittype, de tekst van labels en de handle van de entiteit, zodat u in QGIS of ArcGIS daarna op laag kunt filteren. Alleen de modelruimte wordt omgezet; titelblokken en kaders op layouts in de papierruimte blijven weg. De tekening wordt op uw eigen computer gelezen.
Zo zet u DXF om naar Shapefile
- Sleep uw .dxf-bestand naar het vak, of klik om het te kiezen. Een .dwg moet eerst als DXF worden opgeslagen.
- Vul het coördinatenstelsel van de tekening in als EPSG-code, zoals EPSG:28992 voor RD New of EPSG:31370 voor Lambert 72, of laat het leeg als u het niet weet.
- Laat “Gesloten polylijnen en cirkels worden polygonen” aangevinkt of vink het uit, klik op “Converteren naar shapefile” en pak de download uit.
Wat er verandert bij het omzetten
De DXF zegt niet waar op aarde hij ligt
Een DXF slaat coördinaten op als kale getallen, zonder coördinatenstelsel. Een tekening van een landmeter staat meestal in het landelijke stelsel (bijvoorbeeld EPSG:28992, RD New, in Nederland of EPSG:31370, Lambert 72, in België), en de kaartweergave verschijnt zodra u de EPSG-code invult. De shapefile krijgt dan een .prj-bestand. Tekeningen van architecten staan vaak in lokale bouwcoördinaten rond 0,0; laat het veld dan leeg, en de shapefile krijgt geen .prj. Zo'n tekening moet in QGIS of ArcGIS eerst gegeorefereerd worden voordat hij op andere gegevens past.
Cirkels en bogen worden veel korte segmenten
Een shapefile kent geen echte bogen. Cirkels, bogen, ellipsen, splines en bulges in polylijnen worden omgezet in rechte segmenten, ongeveer 90 per volledige cirkel. Voor kaarten is dat nauwkeurig genoeg, maar de exacte straal wordt niet meer opgeslagen.
Gesloten lijnen worden polygonen
In CAD is een gebouwcontour meestal een gesloten polylijn, en dat is een lijn, geen vlak. Met het vakje aangevinkt wordt elke gesloten polylijn en cirkel naar de polygonen-shapefile geschreven, zodat hij in GIS een oppervlakte krijgt. Vink het uit als de gesloten lijnen bijvoorbeeld hoogtelijnen zijn die lijnen moeten blijven.
Blokken, tekst en hoogtes
Blokken (symbolen zoals bomen, putten of noordpijlen) worden geëxplodeerd: elke lijn, cirkel of tekst in het blok wordt een eigen object op de laag van de blokinvoeging. TEXT en MTEXT worden punten met de tekst in het veld Text. Echte hoogtes, zoals de hoogte van hoogtelijnen, blijven als Z-waarden bewaard in een 3D-shapefile; tekeningen zonder hoogtes geven gewone 2D-shapefiles.
Wat niet meegaat
Kleuren, lijntypen en lijndiktes, teksthoogte en -rotatie, maatvoeringsstijlen en layouts in de papierruimte zijn CAD-opmaak, en die kan een shapefile niet opslaan. 3D-solids en regions (ACIS-objecten) en proxy-objecten van uitbreidingen zoals Civil 3D worden niet gelezen.
DWG is een ander formaat
DWG is het eigen binaire formaat van AutoCAD, en alleen Autodesk en programma's met een licentie lezen het betrouwbaar. Sla de tekening in AutoCAD, BricsCAD of DraftSight op als DXF (Opslaan als, bestandstype DXF), of gebruik de gratis ODA File Converter, en converteer daarna de DXF hier.
Over de bestandsformaten
DXF
DXF (Drawing Exchange Format) is het open uitwisselingsformaat van AutoCAD, dat Autodesk sinds 1982 publiceert. Landmeters, architecten en ingenieurs gebruiken het om CAD-tekeningen tussen programma's uit te wisselen. Een DXF bevat lijnen, polylijnen, bogen, cirkels, tekst, arceringen en blokken op lagen met een naam, maar geen attribuuttabel en geen coördinatenstelsel.
- Platte tekst (of binair) met tekenentiteiten op lagen met een naam; blokken zijn herbruikbare symbolen die vele keren worden ingevoegd.
- Er is geen attribuuttabel: naast de geometrie heeft een entiteit een laag, een kleur, een lijntype en, bij tekst, de tekst zelf.
- Het coördinatenstelsel wordt niet opgeslagen; coördinaten zijn gewoon getallen, vaak in een landelijk stelsel of in lokale bouwcoördinaten.
- DWG is het eigen binaire formaat van AutoCAD, en niet hetzelfde als DXF.
Shapefile
De Esri-shapefile is het meest gebruikte vectorformaat in GIS. Eén ‘shapefile’ is eigenlijk een set bestanden met dezelfde naam: .shp bevat de geometrie, .shx een index, .dbf de attributentabel, het optionele .prj het coördinatenstelsel en .cpg de tekstcodering.
- Er zijn minstens .shp, .shx en .dbf nodig. Selecteer ze samen of als één .zip.
- Veldnamen zijn beperkt tot 10 tekens en tekstwaarden tot 254 tekens.
- Elke shapefile bevat maar één geometrietype: punten, lijnen of polygonen.
- Zonder .prj-bestand is het coördinatenstelsel onbekend.
Veelgestelde vragen
Welke CAD-lagen komen in de shapefile terecht?
Elke entiteit in de modelruimte, op elke laag. De laagnaam blijft bewaard in het veld Layer, zodat u de objecten in QGIS of ArcGIS per laag kunt filteren of opmaken.
Waarom krijg ik drie shapefiles?
Een shapefile bevat maar één geometrietype. Punten, lijnen en polygonen uit de tekening worden daarom in één zip naar naam_points.shp, naam_lines.shp en naam_polygons.shp geschreven; typen die niet voorkomen, worden weggelaten.
Hoe vind ik de EPSG-code van een tekening?
Vraag het aan degene die de tekening heeft gemaakt, of kijk naar de coördinaten: waarden als 155000, 463000 zijn RD-coördinaten in meters (EPSG:28992), en waarden als 150000, 170000 in België wijzen meestal op Lambert 72 (EPSG:31370). Waarden als 556000, 6324000 zijn UTM-meters, en de zone volgt uit de plek, bijvoorbeeld EPSG:25831 (ETRS89 / UTM 31N).
Wordt mijn tekening geüpload?
Nee. De DXF wordt door uw browser op uw eigen computer gelezen en omgezet, en er wordt niets naar een server gestuurd.
Kan ik de shapefile weer terugzetten naar DXF?
Ja, met de converter van SHP naar DXF. Alleen de geometrie en de laag komen terug, omdat een DXF geen attribuuttabel heeft.